“Bijdragen aan het opbouwen van een nieuw leven tijdens en na de gevangenisperiode”

Geplaatst door: op 9 aug 2012
prisca van der roest

‘De passie van Gevangenenzorg Nederland ligt in het ontmoeten van de gevangen medemens. Wij willen gevangenen en hun familie een helpende hand bieden bij het vinden van hun levensbestemming. Wij verheugen ons erin als de ontstane schade door criminaliteit en/of detentie hersteld wordt en er gezamenlijk gewerkt wordt aan een zinvolle toekomst waarin de kans op recidive minimaal is.’

Bovenstaande is de reden dat ik ruim 3 jaar geleden solliciteerde naar de functie Maatschappelijk Werker bij Gevangenenzorg Nederland. Na het afronden van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening was het mij duidelijk dat ik met mensen wilde werken, maar ik was nog zoekende hoe ik dat precies wilde invullen. Na wat omzwervingen kwam ik de vacature bij Gevangenenzorg tegen. Ik kan mij goed vinden in dat waar Gevangenenzorg voor staat: bijdragen aan het opbouwen van een nieuw leven tijdens en na de gevangenisperiode.

Nu zijn we drie jaar verder. Jaren waarin Gevangenenzorg zich heeft ontwikkeld en is gegroeid. Jaren waarin ik veel gedetineerden heb mogen spreken over het verleden, de heftige periode van vastzitten en de voornemens om het straks anders en beter te gaan doen. Die voornemens zijn echt en gemeend, maar helaas is het hoge recidivecijfer ook bij ons bekend en zie ik met regelmaat hulpvragers terugvallen in hun oude wereldje.

De andere kant is er gelukkig ook: jongens die keihard werken om hun fouten goed te maken en om hun leven weer op te bouwen, schulden af te betalen en een goede ouder te zijn voor hun kind. Samen met ruim 500 fantastische vrijwilligers mogen wij een stukje meelopen met deze mannen (en vrouwen!) en hen zowel moreel als praktisch ondersteunen.

Het eindigt niet altijd met een succesverhaal. Soms lijken situaties uitzichtloos en mensen onverbeterlijk. Soms zijn de delicten zo heftig dat het moeilijk voor te stellen is dat ook de dader hiervan een tweede kans verdient. Desondanks mogen we geloven dat een mens meer is dan zijn delict en dat herstel mogelijk is!

Prisca van der Roest (augustus 2012)

Bookmark and Share